Achtergrond

Het Project

Provincie Utrecht ondersteunt duurzame innovaties en technieken in de provincie. De doelstelling van de provincie Utrecht is het stimuleren van een afname in het energieverbruik en een toename van de opwekking en toepassing van duurzame energie in de provincie Utrecht. Een van de middelen om dit te realiseren is de productie van biogas in de provincie Utrecht. Tot nu toe zijn veel vergisters economisch niet rendabel. Provincie Utrecht probeert hier verandering in te brengen door de realisatie van een biogashub te ondersteunen.

Een biogashub sluit meerdere biogasproducenten aan op een centrale opwerkinstallatie. Deze opwerkinstallatie is nodig om gas te zuiveren en onder druk te brengen. Dit zorgt voor gas van aardgaskwaliteit dat in het aardgasnet kan worden ingevoed. Een andere opwerkmogelijkheid is het koelen/comprimeren van het gas zodat het vloeibaar wordt. Op deze manier kan biogas worden omgezet in een brandstof geschikt voor vrachtwagens en bestelauto’s (met speciale motor). Samenwerking van producenten en andere betrokkenen in een biogashub (inclusief de opwerkinstallaties) biedt kansen: niet alleen qua financiële opbrengst maar ook in de reputatie van het bedrijf. Schaalvoordeel kan leiden tot lagere kosten per producent. Samenwerking vergroot kortom de kans op succes voor producenten.

Provincie Utrecht neemt de rol als aanjager voor het samenbrengen van partijen voor wie de realisatie van een hub interessant is. Voor de realisatie is er een subsidie beschikbaar voor garantie van de kwaliteit en extra capaciteit om toekomstige aansluitingen mogelijk te maken. Op deze manier blijft uitbreiding ook in de toekomst mogelijk.

 

Biogashub

Een biogashub stelt biogasproducenten in staat om een eigen minibiogasnetwerk te creëren. Dit netwerk wordt gecreëerd door diverse biogasproducenten op elkaar aan te sluiten door een eigen leidingnetwerk. Deze leidingen komen vervolgens bij de hub waardoor de opwerking van het gas gezamenlijk gedaan kan worden.

Zuivering

Biogas dat in vergisters wordt geproduceerd bevat nog veel andere stoffen behalve alleen methaan in het gas.  Om het gas toch bruikbaar te maken voor andere toepassingen moet het eerst gezuiverd worden. Op deze manier wordt een pure vorm van methaangas verkregen zonder CO2, water, lucht en andere verontreinigingen.

Opwerking

Puur biogas moet voor verdere inzet niet alleen gezuiverd worden maar ook worden opgewerkt. Dit kan betekenen dat het biogas op een bepaalde druk wordt gebracht (b.v. 8 bar in Nederland voor het lage druknet of 40 bar voor het hoge druknet) zodat het kan worden ingevoed in het aardgasnet. Of juist wordt gekoeld tot een bruikbare vloeibare biobrandstof zoals Liquid Bio Gas (LBG) en Compressed BioGas (CBG).

Invoeding

Als er gekozen wordt voor invoeden in het lage of hoge druknet hoeft er maar één invoedpunt gerealiseerd te worden waar in het gasnet wordt ingevoed.

Doordat (bio)gas kan fluctueren in zuiverheid en energieinhoud is het wel noodzakelijk om zogenaamde poortwachters bij elke producent te installeren. Poortwachters meten de doorgave en de samenstelling van het gas. Bovenstaande is samengevat in onderstaand diagram:

Schematische voorstelling biogashub concept

Schematische voorstelling biogashub concept

In bovenstaande schematische voorstelling zijn meerdere vergisters te zien, deze kunnen worden gerealiseerd bij boeren, groenverwerkers en industrie. Het geproduceerde biogas wordt in de gele stip door een poortwachter gecontroleerd en gaat vervolgens via de leidingen naar de biogashub. In de biogashub wordt het biogas opgewerkt en kan het worden geïnjecteerd in het aardgasnet of als transport brandstof worden ingezet.

Naast de voordelen aan de technische kant biedt een biogashub ook organisatorische voordelen. Het consortium dat samen de biogashub realiseert kan ook gezamenlijk grondstoffen voor vergisting betrekken en restproducten die na vergisting overblijven (digestaat) verwerken. Op deze manier is de biogashub niet alleen een gezamenlijke investering om de opwerking rendabel te maken maar ook een samenwerkingsverband om andere knelpunten aan te kunnen pakken.